De kleine wintervlinder

De kleine wintervlinder vliegt en paart in de winter

Veel vlinders gaan als het koud wordt in winterrust of trekken weg. Zo niet de kleine wintervlinder. Deze vlinder wordt juist actief als de eerste vorst is geweest.

De kleine wintervlinder vliegt in de grootste aantallen van half november tot half december. Je kunt hem overal vinden waar bomen en struiken staan: het meest op de hogere zandgronden, in het binnenland en in de duinen zijn ze echt heel talrijk, maar ook op de klei- en veengebieden.

Deze vlinders paren in de winter. De mannetjes hebben dan vleugels, maar de vrouwtjes niet. Ze kruipen tegen boomstammen omhoog in de hoop een mannetje tegen te komen om mee te paren.

Na de paring zet het vrouwtje haar eitjes af in spleten van de bast en op takjes, op muren en op schuttingen. De rupsjes die in het voorjaar uitkomen laten zich verspreiden door de wind. Aangekomen op de plaats van bestemming beginnen ze te eten aan jong, uitlopend blad van met name loofbomen. De rupsen zijn belangrijk voedsel voor veel vogels zoals mezen, die dan jongen hebben.

Wintervlinders zien

De wintervlinder vind je in het donker. Een uurtje na zonsondergang zitten ze met z’n allen – soms met uitgespreide vleugels – op boomstammen van zomereik en soms ook beuk, berk, den, spar en taxus. Ze wachten op de vrouwtjes die net uit de pop omhoog kruipen vanuit het strooisel.

Parend mannetje en vrouwtje van de kleine wintervlinder.

Als je met een zaklamp een boom beschijnt, tref je er soms twintig tot dertig of zelfs honderden kleine wintervlindermannen. Op sommige plekken gaat het om grote aantallen van wel duizenden vlinders. De mannetjes zijn grijsbruin gekleurd en hebben een spanwijdte tot 25 mm.

De vrouwtjes vallen minder op en lijken niet op motten zoals de mannetjes. Ze zijn een stuk kleiner, zwart gekleurd, hebben lange poten en je ziet kleine stompjes zitten waar vroeger de vleugels zaten. Ze kunnen niet vliegen, maar vliegen soms tijdens de paring een stukje mee op de rug van het mannetje. Hoe romantisch is dat?

Minder wintervlinders

Ondanks het feit dat er in 2018 veel kleine wintervlinders te zien waren, gaat het niet goed met ze. Enkele tientallen jaren geleden waren grote aantallen wintervlinders heel normaal, tegenwoordig zijn ze moeilijker te vinden.

De vlinder blijkt gevoelig te zijn voor licht. Door het vele kunstlicht in grote delen van Nederland (ook wel lichtvervuiling genoemd) is voortplanting moeilijker voor ze.

Daarnaast komen door klimaatverandering de eitjes van deze vlinder eerder uit dan de bladknoppen die ze eten waardoor de rupsjes verhongeren.

De aantallen worden nauwkeurig bijgehouden door biologen. Je kunt ze helpen door waarnemingen van de kleine wintervlinder door te geven op Waarneming.nl of Telmee.nl.

Rupsje nooitgenoeg

Rupsen van de kleine wintervlinder zijn 20 – 25 mm groot. Jonge rupsen zijn lichtgroen zonder strepen. De volgroeide rups is geelgroen tot grijsgroen en heeft over de rug een wat vage donkere streep en aan de zijkanten twee lichte lengtestrepen. De kop is groengeel of groenbruin.

De rups van de kleine wintervlinder eet graag jonge blaadjes van loofbomen.

De rupsen zijn voedsel voor mezen, maar mensen zijn ze niet altijd geliefd. De rupsen belanden niet alleen op eik, berk, beuk, linde en populier, maar ook op fruitbomen zoals appel, kers en peer.

Daar vreten ze aan bladeren, bloemen en jonge vruchten. In extreme gevallen kunnen ze een boom compleet kaal vreten. Wordt een boom verschillende jaren achtereen geplaagd door de rupsen, dan kan hij verzwakken en gevoeliger worden voor allerlei andere plagen.

Bij de vraat aan de vruchten eten blijft er een verkurkte wond over. Deze vruchten vallen vaak vroegtijdig van de boom.

Fotocredits:
Kleine wintervlinder door Patrick Clement gepubliceerd onder CC-licentie.
Vrouwtje en mannetje kleine wintervlinder door Lamiot (verondersteld gebaseerd op copyright claims). [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons
Rups van de kleine wintervlinder door spacebirdy(also known as geimfyglið (:> )=| made with Sternenlaus-spirit) [CC BY-SA 3.0], via Wikimedia Commons